Elk najaar verandert Eindhoven negen dagen lang in één groot ontwerpfestival. Tijdens de Dutch Design Week laten honderden ontwerpers, studenten en studio’s zien waar ze mee bezig zijn: van experimentele materialen tot meubels die je morgen in je woonkamer zou willen zetten. Voor wie op zoek is naar ideeën voor het eigen huis is het een bijzonder rijke plek, juist omdat je ontwerpen kunt aanraken, ervaren en bespreken met de makers zelf.
Het aanbod is groot en verspreid over de hele stad, dus een beetje voorbereiding helpt. In dit artikel lees je welke locaties en soorten tentoonstellingen vooral interessant zijn als je met een interieurbril rondloopt, en hoe je wat je ziet vertaalt naar je eigen woning.
Begin bij de afstudeerders
De Graduation Show van de Design Academy Eindhoven is voor veel bezoekers het hoogtepunt. Pas afgestudeerde ontwerpers tonen hier hun eindwerk, en dat is vaak verrassend persoonlijk en eigenzinnig. Je ziet lampen van gerecycled materiaal, textiel met nieuwe weeftechnieken en meubels die vragen stellen over hoe we eigenlijk wonen.
Niet alles is direct toepasbaar, maar dat hoeft ook niet. Let vooral op kleurcombinaties, texturen en vormen die je raken. Een ongewone combinatie van keramiek en hout of een gewaagde kleurstelling kan precies het zetje zijn dat je nodig hebt om in je eigen huis iets anders te proberen.
Strijp-S en de industriële sfeer
Het voormalige Philips-terrein Strijp-S is een van de drukste plekken tijdens de week. In gebouwen als het Klokgebouw en het Veem vind je grote groepsexposities waar gevestigde studio’s en jonge makers naast elkaar staan. De ruwe, industriële omgeving laat goed zien hoe design werkt in een ruimte met beton, staal en hoge plafonds.
Woon je zelf in een loft of houd je van een stoerdere uitstraling, dan is dit een goede plek om te zien hoe je warmte toevoegt aan een strakke ruimte. Kijk naar de manier waarop ontwerpers textiel, planten en verlichting gebruiken om industriële elementen zachter te maken.
Ateliers en studio’s van bekende ontwerpers
Naast de grote exposities openen veel ontwerpers hun eigen werkplaats. Piet Hein Eek, bekend van zijn meubels van sloophout, heeft zijn studio in Eindhoven en is tijdens de week een geliefde bestemming. Zijn werk laat zien hoe imperfectie en hergebruik juist karakter geven aan een interieur.
Ook rond Sectie-C, een broedplaats met tientallen ateliers, kun je makers aan het werk zien. Het voordeel van zulke plekken is dat je vragen kunt stellen over materialen, afwerking en onderhoud. Die gesprekken leveren vaak meer praktische kennis op dan een showroom.
Zo haal je het meeste uit je bezoek
Met zoveel locaties is het verleidelijk om overal even binnen te lopen. Dat levert al snel een overvol hoofd op. Een paar eenvoudige gewoontes helpen je om met bruikbare ideeën naar huis te gaan.
- Kies per dag één of twee gebieden en loop die rustig af.
- Maak foto’s van details, zoals een naad, greep of materiaalovergang.
- Noteer namen van ontwerpers die je aanspreken, zodat je ze later kunt opzoeken.
- Neem een kleurstaal of foto van je eigen ruimte mee om te vergelijken.
- Plan pauzes, want de drukte vraagt meer energie dan je denkt.
Van inspiratie naar je eigen huis
Thuis begint het eigenlijke werk. Leg je foto’s en aantekeningen naast elkaar en zoek naar terugkerende thema’s. Misschien blijk je steeds te vallen voor natuurlijke materialen, of voor uitgesproken kleuren in kleine accenten. Dat patroon zegt meer over je smaak dan één losse favoriet.
Wil je die ideeën verder uitwerken, dan kun je op een site als Mijn Wooninspiratie verder lezen over meubels, woonstijlen en het combineren van verschillende stukken. Zo vertaal je de experimentele sfeer van de designweek naar keuzes die passen bij je eigen woning en budget.
Begin klein. Een lamp van een jonge ontwerper, een vaas van gerecycled materiaal of een nieuw stuk textiel kan een ruimte al veranderen zonder dat je alles hoeft om te gooien.